Haar hele leven was de Nederlandse journaliste Jantine Jongebloed ervan overtuigd dat ze ooit moeder zou worden: ‘Ik ben niet al twijfelend begonnen.’ Tot ze in de nasleep van haar tweede buitenbaarmoederlijke zwangerschap in haar vriendenkring zag wat een geploeter het ouderschap wel niet is. Toen begon ze te twijfelen.
Dit artikel verscheen op 10 juni 2023 in De Standaard Magazine.

Omdat Jantine Jongebloed niet al twijfelend wil eindigen, ging ze haar gevoelens over het ouderschap bestuderen. Ze zette de pro’s en contra’s op een rijtje, vroeg raad aan wijze ervaringsdeskundigen, las interviews met moeders met spijt, schreef toekomstscenario’s met en zonder haar imaginaire dochter Coco … Maar tot een duidelijke ja of nee kwam het niet, zo blijkt uit haar boek Soms wil ik een kind.
Wat zegt dat eigenlijk over de vraag, dat je na een paar jaar onderzoek nog altijd niet weet of je kinderen wil?
‘Dat het een heel ingewikkelde vraag is. (lacht) De keuze is onomkeerbaar. Dat maakt het anders dan kiezen wat je wilt studeren of waar je wilt wonen. Als je emigreert naar een ander land, dan kun je altijd nog terug. Maar als je besluit om een kind te krijgen, zul je daar de rest van je leven de consequenties van dragen. En andersom geldt dat ook, als je besluit om geen kind te krijgen, is dat op een gegeven moment, zeker in het geval van vrouwen, een keuze voor altijd.’
Niet iedereen doet zo lang over die keuze. Zegt de twijfel ook iets over jou?
‘Ja, natuurlijk. Ik denk wel dat ik een uitzondering ben. Vrienden vinden het soms grappig dat ik al jaren met die vraag worstel. “Oh, ik heb daar ongeveer een uur over gedaan”, zeggen ze me dan. Toch zou ik mezelf niet omschrijven als een twijfelaar. Ik heb in het verleden op een vrij intuïtieve en impulsieve manier grote beslissingen genomen. Zo heb ik ooit mijn huis verkocht en mijn baan opgezegd om zonder een erg concreet plan op reis te vertrekken. Het verschil zit voor mij echt in het besef dat je van zo’n reis altijd kunt terugkomen en van een kind niet. Net omdat ik me realiseer dat het zo’n impactvolle beslissing is, probeer ik er niet alleen met mijn gevoel, maar ook rationeel naar te kijken.’
Ooit was je wel zeker van die kinderwens. Je bent ook twee keer zwanger geweest.
‘Ik ben opgegroeid met het idee dat elk meisje uiteindelijk moeder zal worden. Als kind en tiener had ik nauwelijks voorbeelden in mijn omgeving van vrouwen die bewust kinderloos waren. Na die twee buitenbaarmoederlijke zwangerschappen stond alles even op pauze. In die periode begon ik me af te vragen in hoeverre die wens om moeder te worden bij mij hoort. En in hoeverre die is ingegeven door de maatschappij waarin we leven. Ik ging nadenken over waarom ik kinderen wilde en welke impact dat zou hebben. Zodra ik mijn hoofd erbij begon te betrekken, werd “wel kinderen hebben” een minder goede keuze dan “geen kinderen hebben”. Het lijstje tegenargumenten was altijd langer dan dat met voordelen.’
Maar pakweg ouder-kindliefde weegt toch zwaarder dan een paar jaar minder goed slapen?
‘Inderdaad. Dat is de grap van de kinderwens. Ook al is het lijstje voordelen veel korter, toch heeft het voor veel mensen meer gewicht dan argumenten als slapeloze nachten, vrijheid die wordt ingeperkt, minder spontaan kunnen leven … Wel kinderen krijgen, is ook nog steeds de norm. Het Centraal Bureau voor Statistiek berekende dat van de Nederlanders die halfweg de jaren tachtig zijn geboren, vier vijfde op zijn vijftigste kinderen zal hebben. Dat is veel minder dan vroeger, maar wel nog de grote meerderheid. Voor de meesten wegen de argumenten pro dus zwaarder. Maar ook: als ik aan ouders vraag om terug te gaan naar het moment dat ze zeker wisten dat ze kinderen wilden, was dat altijd een heel gevoelsmatige ingeving, nooit een rationele afweging.’
Is het beter om het dan toch maar intuïtief aan te pakken?
‘Ik weet het niet zo goed. Er zijn genoeg gevallen bekend van mensen die de keuze intuïtief maakten, maar die de gevolgen niet goed hebben overdacht, en achteraf een andere keuze zouden hebben gemaakt. Rationele argumenten hebben ook een waarde. Een vriendin van me is vegetariër. Haar vriend eet wel vlees. Onlangs vertelde ze me dat ze vaak zin heeft om net als hij in zo’n sappig stuk rood vlees te bijten wanneer ze met hem op restaurant gaat en zelf aan de bloemkool zit. Toch doet ze dat niet, omdat ze rationeel heeft besloten dat ze dat niet meer wil. Ik vind dat daar wel iets voor te zeggen valt. Als we alleen maar onze intuïtie volgden, zouden er allicht meer kinderen worden geboren. Maar een kind krijgen, gaat over veel meer dan over schattige baby-outfits kiezen. Het heeft effect op de komende dertig jaar van je leven.’
Eerlijke getuigenissen over de pittige kanten van het ouderschap lees en hoor je steeds vaker. Hoe heeft dat je beïnvloed?
‘Die verhalen vormen zeker een reden waarom ik ben gaan twijfelen. Ik hoor vaak van vrienden en kennissen dat ze terugverlangen naar de tijd waarin ze nog geen ouders waren. Maar de overtreffende trap van spijt vond ik in het boek Regretting motherhood(vertaald als ‘Spijt van het moederschap’, red.) van de Israëlische onderzoekster Orna Donath. Daarin interviewt ze 23 vrouwen die zeggen dat als er een grote rode knop bestond om dit allemaal ongedaan te maken ze die zouden indrukken. Dat beangstigde me, dus ben ik gaan zoeken naar een overeenkomst tussen die verhalen. Ik stelde vast dat die vrouwen de keuze niet heel bewust hadden gemaakt. Ofwel waren ze moeder geworden onder druk van hun omgeving, ofwel hadden ze gewoon niet nagedacht over een andere optie. Daardoor ben ik ervan overtuigd geraakt dat ik zo’n grote keuze best niet te lichtvoetig maak, om te voorkomen dat ik spijt krijg van het leven met een kind.’
Je kunt ook spijt krijgen van een leven zonder kind.
‘Ik denk dat ik er liever spijt van zou hebben dat ik geen moeder ben, dan van het wel te zijn. Als ik geen moeder word, ben ik de enige die de last moet dragen. Maar als ik spijt krijg van het moederschap, is er ook een kind dat daar de dupe van is. Ik wil niet dat mijn kind moet opgroeien met het idee dat het niet helemaal gewenst is. Dat zou ik echt een vreselijk scenario vinden.’
Jij hebt er uiteindelijk voor gekozen om je eicellen te laten invriezen met het idee om even te kunnen pauzeren. Is dat goed uitgedraaid? Of zit je nu gewoon langer met die twijfel opgescheept?
‘Het voelde als een risico. Maar op een gegeven moment was ik zozeer met die keuze bezig dat het me onrustig maakte. Voor een vrouw tikt de biologische klok nu eenmaal door. Ik hoopte dat mijn eicellen invriezen rust zou brengen. Maar ik wist niet zeker of het zo zou uitpakken. Ik wilde me natuurlijk geen extra twijfeltijd cadeau doen. Exact de reden waarom ik van anderen hoor dat ze het niet doen. Dat snap ik. Een biologische deadline hebben, is niet per se slecht. Maar voorlopig zorgt mijn uitstel wel voor rust.’
Bij mannen speelt die biologische deadline niet. Ze kunnen heel lang blijven twijfelen.
‘Ja, maar mannen zijn naar mijn gevoel minder bezig met die twijfel. Misschien is dat wel omdat ze die tijdsdruk niet ervaren. Ik merk het bij mijn eigen man. Toen ik op mijn 33ste heel actief begon na te denken, had mijn man – die toen 34 was – het ook prima gevonden om het kinderwensvraagstuk nog tien jaar in de koelkast te laten zitten. Die luxe had ik niet. Maar ook afgezien van het biologische is een kind krijgen in mijn ogen nog altijd anders voor mannen dan voor vrouwen. Ooit vroeg een kinderwenscoach me of ik misschien vader wilde worden. Ik dacht meteen: “Ja, dat zie ik wel zitten.” Dat zegt veel over hoe we naar vaders en moeders kijken in onze samenleving.’
We hebben het hier de hele tijd over keuzes maken. Maar ook als je er ooit bewust weer voor gaat, weet je niet of het wel zal lukken. Over de uitkomst heb je geen controle. Is het dan geen valse keuze?
‘Ja. En toch vind ik dat ik het aan mezelf verplicht ben om eerlijk te onderzoeken waar ik op uitkom: ja of nee. Nog regelmatig voel ik weer een sterk verlangen naar een kind, naar verbinding, ik wil dat verlangen, net als mijn twijfel, serieus nemen. Ook al zal ik, als het een ja is, nog moeten afwachten of die ja ook uitkomt. Gelukkig ben ik er tijdens mijn onderzoek wel al achter gekomen dat er voor mij geen ultieme keuze is. Beide levens – met en zonder kinderen – voelen als heel gelijkwaardige opties.
Dat had ik vooraf niet verwacht. Ik dacht dat er één optie zou zijn die overduidelijk het best bij mij zou passen. Dat vind ik eigenlijk een heel troostende gedachte. Het maakt dat de angst voor een verkeerde keuze weg is. Dat inzicht klinkt nu een beetje als een open deur, maar voor mij was dat een belangrijk besef. Het betekent dat het uiteindelijk niet zo heel veel uitmaakt wat ik kies. Ik geloof er inmiddels in dat ik beide uitkomsten kan omarmen.’
Van de kinderwenscoach moest je die twee toekomstscenario’s ook uitschrijven. Die klonken allebei oprecht heel fijn. Heeft die oefening je geholpen?
‘Ja, zeker. Toen ik die opdracht had gedaan, dacht ik in eerste instantie: “Als ik beide scenario’s vervullend vind, weet ik nog steeds niet wat ik moet kiezen. Ik ben geen stap verder.” Maar uiteindelijk was die opdracht cruciaal voor het besef dat de twee opties gelijkwaardig zijn. Ik kan die oefening dus zeker aanraden bij het maken van grote keuzes. Niet zonder reden tekenen grote bedrijven als Shell ook verschillende toekomstscenario’s uit voor ze belangrijke beslissingen moeten nemen.’
Zijn er nog nuttige oefeningen om te doen?
‘Een sociaal psycholoog die onderzoek heeft gedaan naar hoe mensen goede keuzes maken, vertelde me dat er maar één opdracht is die werkt. Gooi een muntje in de lucht en spreek van tevoren met jezelf af dat als het muntje op zijn kop valt, het keuze A wordt. En als het op munt valt, is het keuze B. Volgens hem kan je alleen maar weten waar je voorkeur naar uitgaat door – terwijl je het muntje in de lucht gooit – bij jezelf na te gaan waar je op hoopt.’
Verwacht je eigenlijk dat die duidelijke ja of nee bij jou nog komt?
‘Ja, ik vertrouw er wel op dat de tijd raad zal brengen. Het zal niet 100 procent ja of nee zijn. Ik verwacht in ieder geval een overduidelijke neiging naar het een of het ander. Maar daar ga ik dus nog even tijd voor nemen. Doordat ik er de afgelopen jaren zo intensief mee bezig was, voelt het soms alsof ik in een omgewoelde waterpoel zit. Laat de ballast nu maar naar de bodem zinken, zodat het water weer helder wordt en het antwoord komt bovendrijven.’
Stel dat het ja wordt: kan je een kind opzadelen met de twijfels die je hebt gehad? Dit boek ligt er nu.
‘Dat heb ik me ook aangevraagd. Ik ben overtuigd van wel. Net omdat ik weet dat als ik uiteindelijk bij een ja uitkom, het een weloverwogen ja is. Als er een kind komt, zou dat betekenen dat het supergewenst is.’

Leave A Reply