Vorig jaar ontving Albanië 10 miljoen toeristen, een derde meer dan in 2022. Het toerisme brengt welvaart, maar niet per se voor de armsten, en vaak tegen een hoge prijs. “De ellende begint altijd met een nieuwe asfaltweg.”
Dit artikel verscheen in 2024 in DS Weekblad.


Je moet er wat voor overhebben om Valbona, een bergdorpje in Noord-Albanië, te bereiken. Na een hobbelige rit met een minibusje vanuit Shkodër nemen we de overzetboot – de tocht over het stuwmeer van Koman duurt nog een paar uur. Aan de overkant worden we opgepikt door Catherine Bohne en een van de zeven honden die ze van de straat redde. Bohne is een Amerikaanse die hier in 2008 neerstreek. Terwijl we door de Albanese Alpen naar haar huis rijden, even buiten Valbona, vertelt ze hoe ze hier vijftien jaar geleden terechtkwam. “Ik had in New York jarenlang een boekhandel uitgebaat, maar wist niet goed wat aan te vangen met mijn leven. Ik wilde naar een plek waar de kans heel klein was dat ik andere toeristen zou tegenkomen.”

Dat werd dus Valbona. “Er was in die tijd maar één guesthouse, dat leek me een goed teken”, lacht ze. Bohne logeerde een week bij de familie van Alfred Selimaj, werd verliefd op hem en op de plek, en besloot te blijven. De eerste jaren in Valbona omschrijft ze als “wild en magisch”. In de winter was het dorpje soms maanden afgesloten van de bewoonde wereld. “Ik wist niet dat je zo kon leven, zonder elektriciteit of warm water. We sliepen onder vijf dekens en ’s ochtends was het bovenste bevroren van onze adem.”
De weinige toeristen die in de zomer kwamen, kregen een authentieke ervaring op een plek waar de tijd leek te hebben stilgestaan. De ondernemende Bohne zag het potentieel van het dorp en bouwde een website, Journey to Valbona, waarop ze informatie deelde over de streek. Na haar uren in het guesthouse van Selimaj ging ze wandelpaden aanduiden en maakte ze een wandelkaart van de regio. Op een gegeven moment kreeg ze wel duizend mails per maand. Selimaj kon volgens Bohne zijn geluk niet op. “Alfred was opgegroeid in armoede. Zijn familie leefde van de opbrengsten van het land. Eindelijk kwamen er inkomsten binnen.”
Beter dan gedroomd
Het overrompelende succes van Journey to Valbona is exemplarisch. Albanië is een land in volle ontwikkeling, een arm land bovendien, dat zich via het toerisme hoopt op te werken. Het is de op twee na snelstgroeiende toeristische bestemming ter wereld, en de snelstgroeiende in Europa. Maar die groei lijkt te snel te gaan, en vaak meer te kosten dan hij opbrengt. De leefbaarheid van plekken komt zwaar onder druk, de gevolgen voor het klimaat zijn soms desastreus, de winsten komen niet per se de brede bevolking ten goede.
De kantoren van reisorganisatie Albanian Trip zitten in een oude villa in Tirana, de hoofdstad van Albanië. Het gebouw fungeert als een minimuseum, hebben we gelezen, maar de collectie communistische memorabilia staat ingepakt in dozen. De historische villa moet binnenkort wijken voor de plannen van stadsontwikkelaars, vertelt oprichter Elton Caushi. Hij laat het niet aan zijn hart komen; Caushi is hoopvol over de toekomst van Albanië, en van het toerisme. “Van de huidige cijfers konden we vijftien jaar geleden alleen maar dromen.”

Decennialang, onder het communistische bewind van dictator Enver Hoxha, was Albanië van de wereld afgesloten. Toen de grenzen in 1991, na de val van het communisme, opengingen, aarzelden toeristen. “Terecht wellicht. We waren als dieren die na jaren van opsluiting uit hun kooi werden gehaald”, zegt Caushi. “Dat schrikte bezoekers af.” De conflicten in Joegoslavië en Kosovo hielpen niet, en in 1997 gleed Albanië zelf bijna weg in een burgeroorlog. Pas vanaf 2000 kwam het land langzaam bij zijn positieven, maar zijn reputatie kreeg het niet zomaar afgeschud: het werd met drugsmaffia en corruptieschandalen geassocieerd. Die zijn er vandaag nog, maar als toerist kom je er niet mee in aanraking. “Dat toeristen nu naar huis terugkeren met een positief beeld, is voor ons imago van onschatbare waarde”, zegt Caushi. “Elke bezoeker is een potentiële ambassadeur.”
Monster van Frankenstein
Endrit Shima kent de regio rond Valbona als zijn broekzak. Met zijn reisorganisatie Zbulo is hij net als Caushi een van de pioniers van het duurzame toerisme in Albanië. In 2011 stippelde hij mee de tiendaagse trail Peaks of the Balkans uit, een tocht van bergdorp naar bergdorp door Albanië, Montenegro en Kosovo. Alleen tussen Theth en Valbona waren er al wat hikers, maar Shima wilde de toeristen beter spreiden om zo ook andere bergdorpen te laten meegenieten van de voordelen die toerisme meebrengt. Het begin was moeilijk. “Ik moest de lokale inwoners overtuigen om mee te doen en bijvoorbeeld een badkamer te installeren. Ze geloofden niet dat iemand ooit naar hun dorp zou willen komen. In sommige bergweiden hadden ze nog nooit een toerist gezien.”
Vorig jaar begon Shima zich af te vragen of hij met de trail niet zijn eigen monster van Frankenstein heeft gecreëerd. “Jarenlang hebben we de locals aangeraden om de groepen toeristen te beperken tot twaalf personen. Het zijn familiebedrijfjes zonder personeel. Sommige hebben nu wel vijftig bedden. Als je met je gezin moet poetsen, lakens wassen en koken voor zo’n grote groep, dan gaat de kwaliteit onvermijdelijk achteruit. Dan krijgen toeristen gewoon pasta te eten, of worden ze ziek door een gebrek aan hygiëne. Afgelopen zomer verspreidde het norovirus zich razendsnel over de route. Het is bovendien niet duurzaam om met zoveel mensen in zulke kleine dorpjes neer te strijken. Het ontwricht lokale tradities en gewoontes.”
Shima weet nog goed hoe de bewoners van het herdersdorpje Dobërdol vroeger leefden op het ritme van de natuur. De laatste keer dat Shima er sliep, hoorde hij de eigenaar van zijn guesthouse tot middernacht afwassen – er is niet genoeg elektriciteit voor een vaatwasser. Om 3 uur stond de man op om het ontbijt voor te bereiden. “Hij verdient nu geld, maar is zijn leven zoveel beter?”
Dat je met het argument ‘hou het aantal gasten en de inkomsten beperkt’ niet zou scoren bij mensen die in armoede zijn opgegroeid, daar had Shima rekening mee gehouden. “Het idee was dat ze met het geld dat ze verdienden hun accommodatie konden verbeteren en zo geleidelijk de prijzen verhogen. Maar toen er een massa toeristen voor de deur stond, hebben ze gewoon bedden bijgezet.”
Dorpsgeheimen
Ook Catherine Bohne is ontmoedigd door wat ze in Valbona zag gebeuren. “Ik herkende de plek niet meer waar ik zo van was gaan houden.” Ze vertrok een paar jaar geleden bij Selimaj, intussen haar ex, en woont nu weer ‘wild’, aan de rand van het stadje Bajram Curri. “Alfred hielp me verhuizen. Ik weet nog dat we hier op de drempel zaten en hij maar niet kon begrijpen waarom ik op zo’n verlaten plek wilde wonen. Terwijl het net dat desolate was, en het leven in een kleine en hechte gemeenschap, dat me had aangetrokken in Valbona.”

Vandaag heeft elke familie in Valbona een guesthouse en is de weg naar het dorp geasfalteerd. Het afgelopen jaar passeerden er volgens Alfred Selimaj 150.000 toeristen, voornamelijk in de zomer. Er staat een mooie auto voor zijn deur, de eetplek van zijn guesthouse ziet eruit als een restaurant. “Financieel zijn we erop vooruitgegaan”, zegt Selimaj. “Het betekent dat we onze kinderen kunnen laten studeren.” Toch begint ook zijn optimisme barsten te vertonen. “Hoe moeilijk het leven hier vroeger ook was, we waren wel een gemeenschap. De staat functioneerde niet. We deden het gewoon samen, van irrigatiekanalen aanleggen tot de zorg voor de natuur.” Nu houden de dorpsbewoners dingen achter voor elkaar, geeft Selimaj toe. Het is ieder voor zich. “We zijn elkaars concurrent geworden.”
“Vroeger leefden we van het land en de veestapel”, zegt ook Pavlin Polia uit het naburige Theth. Hij begeleidt een groep toeristen die met 4×4’s door het land reizen en houdt hier even halt. “Nu er een asfaltweg is, wordt alles gekocht in de stad. Daardoor gaan veel vaardigheden verloren.”
Het Thailand van Albanië
In Valbona vallen enkele gigantische bouwwerven op. Zo bouwt Avni Ponari, een van de rijkste mannen van Albanië, met Valbona Resort een mastodont met 600 kamers, pal in de vallei. De eigenaars van guesthouses zien het met lede ogen aan. Zij kunnen geen grote investeringen doen. Vaak verbeteren ze hun infrastructuur stap per stap, naarmate er geld binnenkomt. Aan de luxe van zo’n resort kunnen ze niet tippen. Ze vragen zich af of de reizigers die op zoek zijn naar authenticiteit en kleinschaligheid wel naar Valbona zullen blijven komen nu er een stukje charme weg is. Volgens nieuwssites als Balkan Insight en Reporter.al dienen veel van die luxecomplexen bovendien om zwart geld wit te wassen en is er met de vergunningen vaak smeergeld gemoeid.
Minstens even zorgwekkend is wat er gebeurt als het aantal toeristen plots zou terugvallen. Er wordt geschat dat zowat 30 procent van het bnp van Albanië uit toerisme komt. Wat als een pandemie het vliegverkeer nog eens stillegt? Of als een oorlog of een andere crisis het toerisme keldert? Of nog: wat als toeristen teleurgesteld raken, omdat de infrastructuur of service niet aan hun verwachtingen beantwoordt? Doordat zoveel jonge Albanezen in het buitenland wonen, is er een tekort aan (opgeleid) personeel. Nu al worden aan de kust werkers uit landen als India gerekruteerd. Of wat als Albanië gewoon de (betaalbare) hype van het moment is? Een plek die we daarna als een stuk afval zullen achterlaten?
Shala River is zo’n hype. Aan de zijrivier van het Komanmeer ligt tegenwoordig ‘het Thailand van Albanië’. Tot tien jaar geleden was hier niets, op enkele kleine nederzettingen na. Nu heb je er barretjes en hotels in een paradijselijk decor van azuurblauw water en weelderig beboste bergflanken. Zo was het ons althans beloofd. Maar er klinkt luide muziek en de aanblik oogt schraal: niet zoals de idyllische plaatjes op Instagram, maar kapotte strandbedden en parasols, een allegaartje aan bouwsels en overal vermoeid personeel, rommel en afval.
Volle containers
Het is niet de eerste keer dat we met stapels afval worden geconfronteerd. Onder het communisme zijn Albanezen opgegroeid zonder verpakkingen en ze hebben zo nooit leren om te gaan met afval. Ze gooiden blikjes en peuken gewoon op de grond. Ook in het toerisme gaat veel afval rond. Plastic zakjes en papieren tafellakens zijn vaak de standaard. De laatste jaren is er politiek wel wat aandacht voor het probleem en regelmatig wordt het leger ingezet om de stranden schoon te maken. Maar hoezeer eerste minister Edi Rama ook beweert de zaak onder controle te hebben, de realiteit blijft problematisch.

Ook in Shala River loopt het mis. De enige manier waarop het afval hier weg kan, is via het Komanmeer. “De ophaaldiensten konden tijdens het hoogseizoen niet altijd volgen”, zegt de kapitein van het bootje dat ons hier heeft gebracht. “De containers in de haven puilden uit, met alle gevolgen van dien.”
Toch kan het toerisme ook een positieve impact hebben op het afvalprobleem, zegt reisorganisator Elton Caushi: “Toeristen uit een land als België willen niet dat alles wordt verpakt in plastic of dat de porties in restaurants zo groot zijn dat je de helft moet weggooien. Van toeristen valt dus heel wat te leren.”
Dat gelooft ook Piet Demeyere, woordvoerder van TUI, dat sinds 2020 pakketreizen aanbiedt naar Albanië. “Als grootste reisorganisatie ter wereld kunnen wij mee invloed hebben op de standaarden. Wij maken de hotels – en soms ook de overheden – duidelijk dat de toeristen van morgen niet dezelfde types zijn als tien jaar geleden. Toen consumeerden sommigen zich plat en trokken ze zich niets aan van de omgeving. Nu is dat wel zo. Bestemmingen hebben er dus alle belang bij om daarin te investeren.”
Vanuit dezelfde logica kan toerisme bijdragen tot de bescherming van natuur en omgeving. Om toeristen aan te trekken, heeft een land er alle belang bij om de natuur zo goed mogelijk te conserveren. Op die manier kan toerisme een katalysator zijn voor duurzaamheid. Helaas is het ook op dat punt misgelopen in Shala River. “Veel Albanezen denken: hoe luider de muziek, hoe groter het feest”, zegt Caushi. Misschien is dit voor veel Albanezen, die decennia in een land leefden waar weinig te beleven was, wél een leuke plek. En willen zij vooral genieten van het comfort dat ze zo lang hebben moeten missen.
Spreidingsplan
Hoe moet het verder? Daarover zijn de meningen verdeeld. Caushi stelt voor om het seizoen te rekken, zeker aan de kust, waar het toeristische seizoen traditioneel beperkt is tot de zomermaanden. Shima zou dan weer graag zien dat het bergtoerisme zich decentraliseert. Nu komen alle wandelaars voor Peaks of the Balkans, of zelfs maar een stukje ervan: de populaire hike tussen Valbona en Theth. De verklaring legt hij bij influencers en reisjournalisten. Hij krijgt geregeld de vraag om hen mee te nemen op de trail. “Ik geef dan aan dat we al boven onze capaciteit zitten en probeer hen in andere richtingen te duwen, maar iedereen wil over hetzelfde schrijven. Alsof er maar één trail is.”
Hij legt de laatste hand aan een nieuwe meerdaagse trekking, de High Scardus trail, een tocht van twintig dagen door Albanië, Kosovo en Noord-Macedonië. Daarbij wil hij lessen trekken uit Peaks of the Balkans: “Een centrale registratie, bijvoorbeeld, voor wie aan de trail begint. Zo vermijd je dat een dorpje onverwachts wordt overspoeld door een horde toeristen.”

Toeristen spreiden, dat zouden ze ook wel willen in Dragobi, een nog onontwikkeld gehucht op een paar kilometer van Valbona. Het is de laatste plek waar we samen met Catherine Bohne halt houden. Drie dames zitten in de zon voor het huis van Fatmira Metaliaj, die hier enkele kamers verhuurt. In Dragobi heb je niet de toeristische infrastructuur van Valbona. De vrouwen zijn blij met elke toerist die ze zien: “Onze kinderen zijn vertrokken naar Tirana of naar het buitenland. Zij zien hier geen toekomst. We weten niet goed wat wij hier nog doen, maar we hebben geen andere optie. Sinds hier toeristen komen, hebben we weer een reden om op te staan. We hopen dat er meer volk zal komen.”
Offline
Bohne zucht diep als ze de deur van de auto dichtslaat. We zien de twijfel in haar ogen: haar empathie voor de problemen van deze vrouwen, maar ook haar bezorgdheid over de impact als dit zou aanslaan. Na het overrompelende succes haalde ze haar eigen website een jaar offline, tegenwoordig biedt ze voorzichtig opnieuw tours aan in Tropoje, de regio waarvan Valbona deel uitmaakt. Ze weegt de hele tijd af of ze nieuwe dorpen of plekken al dan niet moet aanbevelen. “Soms zeggen toeristen me: ‘Dat wandelpad zou je beter moeten bewegwijzeren en promoten’, maar ik wil niet dat het toerisme zich verder verspreidt. Overal waar dat gebeurt, wordt het een puinhoop. Het begint altijd met een nieuwe asfaltweg. Je kunt denken: dat is goed voor de mensen, zo kunnen ze makkelijker naar het ziekenhuis. Maar een plek op een duurzame manier ontwikkelen, vraagt een bredere aanpak. Gebeurt het met respect voor lokale tradities en voor de cultuur? Zijn er nutsvoorzieningen? En hoe raakt het afval en afvalwater weg?”

Dit gaat niet alleen over hoe Albanië met toerisme omgaat, maar ook over hoe toeristen met Albanië omgaan. “Niemand komt met slechte bedoelingen”, zegt Endrit Shima. “De meeste reizigers uit het Westen zijn bekommerd om duurzaamheid. Maar onbedoeld heeft de manier waarop ze reizen soms negatieve effecten.”

Leave A Reply