Wat doe je als je droomt van een huis, en alle droomhuizen onbetaalbaar zijn? Architecten Liesbeth Put en Anne-Valérie de Mûelenaere kochten samen een bungalow, die ze ook zelf renoveerden. Stevig teamwork met twee gezinnen was het – vervullend maar uitputtend. “We zijn allebei over onze grenzen gegaan.”
Dit artikel verscheen op 28 september 2024 in De Standaard Magazine, binnen de reeks Binnenkijken. Beeld: Peter Dekens

Liesbeth en Anne-Valérie leerden elkaar kennen toen ze samen bij hetzelfde architectenbureau werkten. Al snel was er een klik. Ze hadden dezelfde werkethiek, maar ook hun humor en smaak kwamen overeen. Ze besloten samen te werken aan eigen projecten onder de naam ‘fijn atelier’.
Wat ze daarnaast ook deelden, was een stevige Immoweb-verslaving. Liesbeth: “Vaak zagen we parels van woningen passeren. Voor een gezin waren die helaas niet haalbaar.
Maar één plus één is drie, dachten we. Met twee gezinnen kan er veel meer.
Zo ontstond het idee om samen iets te kopen voor de prijs van twee rijwoningen in Leuven.”
Hun oog viel op een jarenzestigbungalow in Kessel-Lo, ontworpen door architect George E. Vranckx in de sfeer van de Amerikaanse Case Study-huizen. Behoorlijk avant-garde voor die tijd. Anne-Valérie: “De oorspronkelijke bouwheren – een dokter en zijn echtgenote – woonden er nog. Maar de woning van om en bij de 400 m² en al zeker de tuin waren veel te groot nu hun vijf kinderen het huis uit waren. En laten we eerlijk zijn, naar hedendaagse normen was de woning ook voor één gezin te groot.”
Met een grondplan in de vorm van de letter H kon de woning worden opgesplitst in twee evenwaardige woningen van elk 175 m². Liesbeth en haar gezin wonen in het linkerpaviljoen, waar de voormalige leefruimtes waren gevestigd. Het gezin van Anne-Valérie nam zijn intrek in het rechtse paviljoen, waar zich vroeger de dokterspraktijk, de slaapkamers en badkamer bevonden. Het verbindingsstuk is gemeenschappelijk en dient als hal en speelkamer.
Een woning stedenbouwkundig opsplitsen mag niet zomaar. Hoe hebben jullie dat aangepakt?
Liesbeth: “Het kostte wel wat onderzoek om die zekerheid te krijgen. We hebben ettelijke avonden doorgebracht bij de notaris. Pas na zes maanden hadden we de goedkeuring van de stad om er twee adressen onder te brengen. Gelukkig wilde de voormalige eigenaar ons die tijd geven en zag hij het zitten om de termijn tussen het tekenen van het compromis en het verlijden van de akte wat op te rekken. Zonder uitsluitsel wilden we niet verdergaan.”
Anne-Valérie: “Wat in ons voordeel pleitte, is dat de stad ook wel inzag dat deze woning te groot was voor een gezin. Het huis opsplitsen deed bovendien geen afbreuk aan de woonkwaliteit van een van de gezinnen. De paviljoenen zijn echt gelijkwaardig. Daarnaast hielp het dat de Erfgoedcel achter het behoud van de woning stond. Geïnteresseerde projectontwikkelaars wilden de woning afbreken, wij wilden ze in ere herstellen.”
Liesbeth: “De juiste notaris vinden, is bij zo’n project een must. We hebben gekozen voor Michaël Janssen uit Bierbeek, die de reputatie heeft nogal rock-’n-roll te zijn. Hij heeft zijn schouders mee onder het project gezet. Zo hebben we samen ook alle worstcasescenario’s op papier gezet.
Wat als een van ons wil of moet verhuizen? Of zijn deel verhuurt? Dat waren pittige gesprekken, maar het feit dat we die discussies al hebben gevoerd, geeft nu veel gemoedsrust.”

Een gezamenlijk budget voor alles
Ook al zijn het ondertussen twee aparte woningen, het is en blijft een totaalontwerp. Wat opvalt, is dat de twee woningen binnenin bijna elkaars spiegelbeeld zijn. Anne-Valérie: “Het plan is als een open boek, met kleine aanpassingen in functie van oriëntatie of uitzicht.” Dat beide woningen zo sterk op elkaar lijken, komt ook doordat de plannen zijn getekend vooraleer er was beslist welk gezin in welk paviljoen zou intrekken. Elk paviljoen moest kloppen voor allebei. Dat lukte wonderwel. “We staan op dezelfde manier in het leven. Dat hadden we al gemerkt in het voortraject, toen we met een ander pand de oefening deden. We hebben dezelfde noden.” Ook hun budget was gelijkaardig. Liesbeth: “We hebben één pot gemaakt en met één budget alles verbouwd. De keuken hielden we apart, maar zelfs de badkamer en de rest van de binnenafwerking betaalden we met het gemeenschappelijke budget.”
Hoe heeft het ontwerp vorm gekregen?
Liesbeth: “Het eerste plan was snel gemaakt. Er moest een dossier worden ingediend. Nadien zijn er zeker nog 50 variaties gevolgd, maar de basis is gebleven. Onze leefruimtes oriënteerden we naar de tuin, de gang en logistieke zones naar de binnentuin, voor de privacy. Slaapkamers kwamen aan de straatkant, wat de noordzijde is.”
Anne-Valérie: “Daarnaast wilden we zo veel mogelijk openheid, bijvoorbeeld door de slaapruimtes zo klein mogelijk te houden en de badkamers in een centrale cilinder te voorzien. Toen tijdens de verbouwing alles was gestript, beviel die open ruimte ons zo dat we dat aspect nog sterker in de verf wilden zetten. Zo kwam er in beide masterbedrooms een binnenraam, zodat je minstens op één plaats de volledige diepte van de woning nog voelt.”
Liesbeth: “Door met twee te zijn, hebben we meer gedurfd. In ons eentje hadden we misschien meer binnendeuren en wanden voorzien of afgesloten bergingen. Maar als de ander zegt: ‘Dat komt wel goed’ of ‘We lossen dat wel op’, durf je sneller een beslissing nemen.”
Hoe hebben jullie uiteindelijk bepaald wie welk paviljoen kreeg?
Liesbeth: “De notaris heeft ons echt moeten pushen om te kiezen. Drie van ons hadden geen voorkeur, maar mijn man is echt een waterrat. Hij wilde graag dicht bij de vijver zitten. Zo is de verdeling er gekomen.”
Tegenvallers, stress en een burn-out
De twee koppels hebben ook samen verbouwd. Om de twee weekends en elke donderdag stonden ze met vier op de werf. Ook in elkaars huis. Anne-Valérie: “Dat was pittig. Verbouwen is al moeilijk met je lief. Met twee koppels is het extra uitdagend. Maar het heeft ook veel voordelen. Je kunt de krachten bundelen, daardoor voel je dat het vooruitgaat. En als iemand eens een slechte dag had, waren er nog genoeg anderen die wel goedgezind waren. Ons groepje voelde echt als een bouwteam. Zeker omdat er ook veel vrienden en familie zijn komen helpen.”
Toch liep de verbouwing niet helemaal van een leien dakje. Vrij snel kwamen er enkele financiële tegenvallers. Er bleek asbest in de gevelplaten te zitten en het rieten dak was te rot om te kunnen behouden. Op een bepaald punt bleven enkel de staalstructuur, de draagvloer en de houten balken aan het plafond over, en een aantal ramen die al eens vervangen waren. De onverwachte kosten gaven stress. Nog meer zelf doen, was de enige oplossing. Liesbeth: “We hebben een grote voorliefde voor bungalows, maar door de open structuur kun je de verbouwing ervan niet faseren, wat bij een klassieke woning vaak wel het geval is. Bovendien heeft een bungalow een gigantische dak- en geveloppervlakte. Dat deed de kosten oplopen.”
Toch deden jullie geen toegevingen op de afwerking. Alles klopt hier tot in de details.
Liesbeth: “We zijn perfectionisten. Het moet kloppen. Om de voegen van de bakstenen cilinders klein te houden, moest er van elke baksteen – 2.000 waren dat er in het totaal – aan de binnenkant een hoekje worden afgeslepen. Onze mannen waren daar heel gelukkig mee. (lacht)”
Anne-Valérie: “We wilden ook de bestaande plafondbalken hergebruiken. Vanuit circulaire overwegingen, maar ook omdat balken vandaag een stuk dikker zijn. We verkozen het slanke uitzicht van de oorspronkelijke balken. Al die balken schuren, was een gigantisch werk. Ook daar spreken onze mannen nog over.”
Liesbeth: “Over het inwerken van de gordijnrails, de kleur van de staalstructuur of de afstand tussen de kast en het plafond, konden we uren nadenken.
Soms zeiden de mannen: ‘Genoeg nagedacht, nu gaan we het doen.’”
Anne-Valérie: “We kunnen niet genoeg benadrukken hoe dankbaar we hen zijn. Ze hebben ons alle vertrouwen gegeven. Zonder hun steun en enthousiasme, en de energie om het mee uit te voeren, hadden we dit niet kunnen doen.”
Anne-Valérie, na de verbouwing stapte jij uit jullie architectenbureau en zelfs uit het vak. Hoe komt dat?
Anne-Valérie: “Ik heb een burn-out gekregen en later een depressie. Dat is niet alleen aan de verbouwing te wijten, maar het heeft wel meegespeeld. Van de prestatiedruk en stress die bij het beroep van architect komen kijken, heb ik even genoeg. Momenteel geef ik les en werk ik als kunstenaar. ”
Liesbeth: “We zijn allebei over onze grenzen gegaan. We hadden geen rust ingepland. Het is misschien wel mijn grootste tip aan iedereen die wil verbouwen: laat zo’n project niet samenvallen met andere grote levensveranderingen zoals een nieuwe job of een kind. Een verbouwing zal een tijdlang je leven overnemen, zeker als je veel zelf doet. Zorg dat je die ruimte hebt in je leven, zodat er ook nog momenten zijn van rust.”
Wonen in een kleine village
Ondanks de nodige hobbels onderweg, overheersen ondertussen weer de vreugde en fierheid om wat ze hebben gerealiseerd. Anne-Valérie: “Na de verbouwing hebben we even wat afstand genomen om te bekomen. Met de kinderen – die het concept van privacy nog niet kennen – zijn we op een heel spontane manier weer naar elkaar toe gegroeid. We hebben samen een mini-village. De babyfoon even bij Liesbeth leggen terwijl ik naar de winkel ga? Het is fijn dat zoiets kan.” Liesbeth beaamt: “Mijn man en ik hebben maar één kindje, maar onze dochter is hier nooit alleen. Voor haar is het zalig om hier op te groeien. Behalve tuingerief en kampeerspullen verhuizen ook kinderfietsen en speelgoed gewoon over en weer. De hal dient zelfs als een gedeelde speelkamer. Hoe het nu loopt, dat hadden we alleen maar kunnen dromen.”
Waar zijn jullie het meest tevreden over?
Anne-Valérie: “Toch wel over de grote connectie met de tuin. Als ik hier sta te koken met de ramen open, kan de schoonheid me echt overvallen. We hebben elk een privéstukje tuin, maar er is ook een gemeenschappelijk stuk. Bovendien maakte de tuin vroeger deel uit van een park. Doordat geen van de buren zijn tuin heeft begrensd, is het parkgevoel er nog steeds. Onze tuin is sowieso ruim, maar zonder die begrenzingen lijkt hij nog veel groter. De volwassen bomen zijn echt een heerlijkheid.”
Liesbeth: “Gisteren zag ik een eekhoorntje passeren. Dat zijn voor mij echt momenten van geluk.”

Leave A Reply